Skip Navigation LinksPreventie Dossier roken Soorten kanker bij rokers

Soorten kanker bij rokers

Roken veroorzaakt minstens 10 verschillende soorten kanker. Niet alleen longkanker. Ook blaaskanker, nierkanker, slokdarmkanker, tumoren in het hoofd-halsgebied, alvleesklierkanker, maagkanker, leverkanker, baarmoederhalskanker en acute myeloïde leukemie worden (mede) veroorzaakt door roken. 

 

Roken in combinatie met te veel alcohol verhoogt het risico op tumoren in het hoofd-halsgebied en slokdarmkanker nóg meer.

 

Wetenschappelijk onderzoek levert voortdurend nieuw bewijsmateriaal over de schadelijke gevolgen van roken. Dit zijn de meest recente inzichten over de rol van roken bij krijgen van de volgende kankersoorten:

 

Roken en longkanker

Roken veroorzaakt longkanker. Bij bijna negen van de tien mensen met longkanker is de ziekte direct terug te voeren op het roken. Er zijn aanwijzingen dat vrouwen longkanker ontwikkelen bij een lagere blootstelling aan de schadelijke stoffen in sigaretten dan mannen. Dit heeft waarschijnlijk te maken met de vrouwelijke hormoonhuishouding.

 

In Nederland krijgen ieder jaar 9.000 mensen de diagnose longkanker. Deze kankersoort treft nu (nog) meer mannen dan vrouwen. De ziekte komt bij mannen voor vanaf de leeftijd van 65 en ouder. Vrouwen krijgen de ziekte vaak tien jaar eerder, vanaf hun 55ste jaar. De verwachting is dat omstreeks 2015 meer vrouwen dan mannen aan longkanker zullen overlijden. Vrouwen zullen dan het vaakst aan longkanker overlijden, gevolgd door borstkanker.

 

Niet-rokers krijgen zelden longkanker. Minder dan één op de honderd niet-rokers zal ooit overlijden aan longkanker. Meeroken kan echter wél leiden tot longkanker. Niet-rokers wordt daarom aangeraden zo min mogelijk de tabaksrook van anderen in te ademen.

 

Feiten en cijfers over vrouwen en roken

Risicofactoren en het ontstaan van longkanker

Gevolgen van meeroken

 

Roken en kanker van de mond of keelholte

Deze tumoren komen voor in de mondholte, de tong, de keel, de slokdarm of het strottenhoofd. Van mondkanker is bekend dat rokers twee tot viermaal meer kans hebben om deze kankersoort te krijgen dan niet-rokers. Het risico op tumoren is nog groter als het roken samengaat met regelmatig alcoholgebruik (dagelijks drie glazen of meer), een slechte mondhygiëne of langdurige irritatie van gebitselementen.

 

In Nederland wordt jaarlijks bij ruim 3.000 mensen een tumor in het hoofd/halsgebied vastgesteld. Deze tumoren komen nu (nog) vaker bij mannen voor dan bij vrouwen, en vaak pas na het vijftigste levensjaar. Onder patiënten met slokdarmkanker en strottenhoofdkanker neemt het aantal vrouwen toe.

 

Risicofactoren en het ontstaan van kanker in de mond, keelholte, slokdarm of strottenhoofd

 

Roken en maag-, lever- en alvleesklierkanker

Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat roken het risico op maag-, lever- en alvleesklierkanker vergroot. Jaarlijks krijgen 1.500 mensen de diagnose maagkanker. De ziekte komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen, en meestal na het zestigste levensjaar.

 

Leverkanker treft jaarlijks ruim 500 mensen, iets vaker mannen dan vrouwen. De diagnose wordt bij mannen vaak na het zestigste jaar vastgesteld, bij vrouwen tien jaar later. Jaarlijks krijgen ongeveer 1.650 mensen de diagnose alvleesklierkanker. Deze kankersoort treft mannen en vrouwen even vaak, en meestal na het zestigste levensjaar.

 

Risicofactoren en het ontstaan van maagkanker en alvleesklierkanker

 

Roken en nier- en blaaskanker

Rokers hebben anderhalf keer zoveel risico op nierkanker dan niet-rokers. Deze kankersoort komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen, op alle leeftijden, maar vooral tussen de 55 en 75 jaar.

 

Roken is de belangrijkste risicofactor voor blaaskanker. Vier keer meer mannen dan vrouwen krijgen blaaskanker, meestal na het zestigste jaar. Van de tien mannen die sterven aan blaaskanker zijn ongeveer vijf sterfgevallen te wijten aan roken. Van de drie vrouwen die sterven aan blaaskanker is één sterfgeval te wijten aan roken.

 

Risicofactoren en het ontstaan van blaaskanker en nierkanker

 

Roken en baarmoederhalskanker

In de praktijk zien we dat baarmoederhalskanker vaker voorkomt bij vrouwen die roken dan onder vrouwen die niet roken. Bij deze soort kanker speelt het humaan papilloma virus (HPV) vaak een rol. Een infectie met HPV kan op den duur leiden tot een voorstadium van baarmoederhalskanker. Gewoonlijk ruimt het lichaam die afwijkende cellen op. Gebeurt dat niet, dan kunnen deze cellen zich ontwikkelen tot kankercellen. Roken beïnvloedt het afweersysteem waardoor het lichaam meer moeite kan hebben om een HPV-infectie op te ruimen. Ieder jaar krijgen 250 vrouwen de diagnose baarmoederhalskanker, en vaak na het vijftigste levensjaar.

 

Risicofactoren en het ontstaan van baarmoederhalskanker.

 

Roken en vulvakanker

Ook vulvakanker komt vaker voor bij vrouwen die roken dan bij vrouwen die niet roken. Net als bij baarmoederhalskanker speelt ook bij vulvakanker het humaan papilloma virus (HPV) een rol. Roken beïnvloedt het afweersysteem waardoor het lichaam meer moeite kan hebben om een HPV-infectie op te ruimen. Ongeveer 250 vrouwen krijgen jaarlijks de diagnose vulvakanker, meer dan de helft van deze vrouwen is ouder dan 70 jaar.

 

Risicofactoren en het ontstaan van vulvakanker

 

Roken en acute myeloide leukemie

Roken veroorzaakt één op de vijf gevallen van acute myeloide leukemie. Kankerverwekkende stoffen in tabaksrook komen ook in het bloed terecht en kunnen daar schade aanrichten. Jaarlijks krijgen ongeveer 300 mensen de diagnose acute myeloide leukemie. Deze kankersoort komt iets vaker voor bij mannen dan vrouwen, en treft meestal volwassenen.

 

Risicofactoren en het ontstaan van acute myeloide leukemie